Wanneer er vanuit het management van Jump besloten wordt het dienstverband van een medewerker niet te verlengen, houdt de manager eerst een functioneringsgesprek met de medewerker om het besluit mede te delen. Vervolgens verstuurt HR een aanzegging beëindiging arbeidsovereenkomst naar de medewerker.
Indien de medewerker op eigen initiatief het dienstverband opzegt, stuurt hij een ontslagbrief aan de manager. De manager stelt HR op de hoogte. Vervolgens doorloopt HR dezelfde stappen als bij het beëindigen van het tijdelijk dienstverband.
De direct leidinggevende organiseert en voert samen met de werknemer een exitgesprek (B-040b) om de reden voor het vertrek door te spreken. In dit gesprek wordt de medewerker herinnerd aan de verplichting tot geheimhouding en informatiebeveiliging. Van het exitgesprek wordt een samenvatting vastgelegd in het personeelsdossier.
De uit dienst tredende medewerker moet uiterlijk op de laatste werkdag de bedrijfsmiddelen inleveren bij de manager. De manager controleert welke middelen dit zijn aan de hand van de lijst van verstrekte middelen.
HR verzoekt de interne systeembeheerder om de systeem- en software accounts te verwijderen van de betreffende werknemer en alle andere relevante (algemene) systeem- en software accounts.
HR is verantwoordelijk voor het borgen van ingevulde Checklist offboarding (B-040c) op de dag van uitdiensttreden.
De projectleider organiseert indien mogelijk en gewenst een moment van afscheid voor de medewerker.
De afdeling financiën bewaart de fiscale gegevens (bijv. salarisadministratie en loonbelastingverklaring) na uitdiensttreding voor een periode van minimaal 7 jaar. De overige gegevens vernietigt HR na een periode van 2 jaar na uitdiensttreding, tenzij er een legitieme reden is om de gegevens langer te bewaren (B-540b).